JE EST UN AUTRE !

JE EST UN AUTRE !

Ik toon hier mijn dichtsels aan de wereld. Soms spiritueel en/of maçonniek, soms over de werkelijkheid en hoe ik haar zie en ervaar. Overname op andere blogs en sites is toegestaan maar graag wel met bronvermelding. Veel leesplezier

maandag 28 februari 2011

BeBru

Eergister was ik klein,
Geboren naast de Passiebloem,
Vol verwondering over alles,
Geborgen in ons kleine arkje.

Gister werd ik beetje groot,
Banjeren rond de Peperbus,
Mijn hart in Assendorp maar
Verlangend naar dat bootje.

Vandaag ben ik een heel stuk ouder,
Ver weg, nog steeds verwonderd,
Soms verlangend naar mijn stadje.

Maar in mijn kinderhartje,
Kijk ik richting Passiebloem,
En slaap ik in de arke BeBru

zondag 27 februari 2011

Chayyim

Langzaam glijdt de druppel
Langs het vensterraam
Ritmisch
Baanvolgend
Baanbrekend
Glijdend naar vergetelheid
Levensbrengend water
Stromend uit de wind
Brengt leven naar de grond
Verglijdend
Van de hemel naar de aarde
Spiegelbolletje vol vitaliteit
Totem van vruchtbaarheid
Freya maar dan vloeibaar
Kleine zee in zilveren bol
Waterbolletje
Vergeten leven
Nieuw leven
Ei

vrijdag 25 februari 2011

De avond valt met zachte slag

het vale licht schijnt over de daken
een laatste poging van de dag
haar tijd te rekken en te blijven
de avond valt met zachte slag

waar eens twee geliefden
elkaar kusten, teder en tevree
blijft nu slechts een mijmering
over hun persoonlijk wel en wee

wel mooi is die gedachte
bij elkaar en voor altijd
niet te denken aan wat gaat komen
vals berouw en diepe spijt

de eerste tijden in een roes
is dit het eeuwige geluk?
maar al ras de eerste barsten
lijmen kan niet meer, de ring is stuk

de ring die blonk vol schone schijn
de ring der liefde die hen eerst verbond
de ring was echter niet volmaakt,
brak stilletjes bij de avondstond

lange dagen zijn verstreken
emotie voert het hoogste woord
verwijten vliegen over tafel
jaloezie, karaktermoord

het woord is toch gevallen
aan het einde van de dag
elk gaat nu zijn eigen weg
de avond valt met zachte slag

dinsdag 22 februari 2011

Schoonheid

Eerste liefde kromgegroeid
Is bepaald geen illustratie
Van mijn geestesabberatie
En schoonheid die mij boeit

Zocht perfecte combinatie
Oog en geest ineengevloeid
Mist een der twee dan groeit
Steeds wijderende spatie

Al-vraag nu nog ongerezen
Soms nog ietwat onbelicht
Is gezamelijk in wezen

Volmaakte liefde en gedicht
Tastend laat elkeen zich lezen
Beide met de ogen dicht

vrijdag 18 februari 2011

Levensspel

Stap op zwart, stap op wit.
Spelend hinkelen naar het licht.
Aan de hand genomen als een kind,
Het leven als een aftelrijmpje,
Negen, vijf, drie, af.

dinsdag 15 februari 2011

Lente

Lente schuift langzaam naar de tafel
Dekt bescheiden voorjaarsdis
Groene waas trekt over dorre akkers
Uitbottende takken
Fragiele jonge bloempjes 
Het eerste vogelgefluit.
Denkend aan hun eitjes
In gedachten zie ik lammetjes dartelen
Winterslaap komt nu ten einde
Natuur schuift aan de dis
Eten of gegeten worden
En ik?
Ik zit aan de koffie

zondag 13 februari 2011

Levensloop

Je drinkt een koffie op het dorpsplein,
Zittend onder de oude acaciaboom.
Peinzend starend naar de einder,
Wat was nu 't begin der droom?

Begonnen als onwetend jongeling,
Verwachtte een mooie vlakke weg.
Zonder val- of struikelblokken,
Een gladde reis, wat ik je zeg.

Al lopend werd het wel helder,
De levensreis hoekig en hard.
Vaak door duisternis omfloerst,
Zelden scheen de zon een flard.

Meestal was de reis vol druil,
Een natte herfstdag al in mei.
Of de weg was zo bevroren,
Dat iets brak bij glijpartij.

Langzaam maakte reis je harder,
Maar je verloor de onschuld niet.
Werd bestand tegen de dalen,
Vergat beslist de bergen niet.

Langzaam gingen pieken,
Jouw vergezicht bepalen.
de dalen zag je al niet meer,
Noch bevroren ijzige kanalen.

Vrolijk ging je door het leven,
Het kwaad kon jou niet deren.
Je hart was vederlicht,
Toch was er nog te leren.

Veel had je al op je reis ervaren,
Meer was er wat je nog niet wist.
Maar door alle mooie vergezichten,
Is er niet veel dat jij nog mist.

Nu zit je onder de acacia,
En rust een kleine stonde,
Kijkend naar het eind der weg.
Likkende aan oude wonden.

Het grootste deel is al bereisd,
Het daghet in het eeuwig Oosten
hopelijk is de weg nog wijd en lang,
Genoeg moeite te getroosten.

Hoop dat de weg na gindse kromming,
Nog afbuigt en wat langer kronkelt.
Zodat de reis nog heel lang duurt,
Bidt dat geen duister je nog overrompelt.

Op pad met ferme grote passen,
De weg is toch wel kort of lang.
Jij kunt niets meer veranderen,
Pak je knapzak, wees niet bang.

Baan immer eigen paden.
En komt het einde van de reis.
Weet dan, niets was voor niets,
Gaande werd je beetje wijs.

vrijdag 11 februari 2011

Revolte in Caïro

Er vliegt een ibis over 't plein,
Brengt dictator naar Osiris.
Volk der farao's, volk van Thoth,
Vrijheid ligt voor 't grijpen.

Egyptisch God met hoofd van ibis.
Met zijn veer beschrijft hij tijden.
Tijd van vrijheid, tijd van dwang
Tijd om vrije keus te maken

Overdag waakt Ra, bij nacht strijdt Thoth
Beiden vrienden van het licht
Zij laten kwaad niet nederdalen

Keerzijde van licht is schaduw.
En duister heeft het niet begrepen.
Dus waakt, met toortsen aan.

dinsdag 8 februari 2011

Een nieuwe schakel

Hij werd na blinde eeuwigheid,
Uit diepe duisternis bevrijd.
Geboren in zijn binnenste.
De zoeker, peinzend over 't al.

Profaan ervoer een warme hand,
Op zijn schouder maar zag niets.
Onwetendheid maakt ziende blind,
En paden onbegaanbaar.

Zoeker stond voor dichte poort.
Gian ben Gian hield daar de wacht.
Vlammend zwaard in vaste hand,
Opent slechts na ritmisch woord.

Het woord met kracht gesproken,
Poort gaat krakend open.
Niet het lang verwachtte licht,
Maar duister is des zoekers deel.

Tastend zoekt hij nu zijn weg,
Gaat door vuur en bitternis.
Wankelend en struikelend,
Sleept de lange tocht zich voort.

Drie maal gaat hij rond de wereld.
Drie maal danst hij ritedans.
Als zijn ogen zijn geopend,
Weet hij de reizen in zijn hart.

Broeder is hij nu geworden,
Leerlingwezen is zijn deel.
Scharen wij ons nu aan tafel,
Breken meer dan geest'lijk brood

Broeder, onze reis is nooit volbracht,
Duisternis ligt altijd op de loer.
Vele mooie reizen wachten ons.
Aan de einder gloort de zon kubiek.

maandag 7 februari 2011

Voor H.

Ooit bestond ik niet.
Tot jij me uitvond,
Leerde jou te ademen,
Jouw lach te lachen,
Jouw ogen te huilen.

Ik werd ons,
Werd jouw benen,
Werd jouw armen,
Jij gaf me je al,
Jij gaf me..... mezelf.

donderdag 3 februari 2011

Voor een (on)bekende broeder

Gewekt door dof omfloerst geklap
Zien wij Azrael, de engel staan
Heeft een broeder in zijn armen
Vleugels wijd en blik op 't Oosten

Reeds missen wij zijn hand
In de broederkring
Zijn wezen blijft nog even
In de tempel staan

Staan wij samen in de groeve
Ogen op zijn steen gericht
Ruw, onaf en toch volbracht
Hoe valt dit nu te rijmen

Plaatsen wij diezelfde steen 
Later in te bouwen tempelmuur
Dan blijkt hij vreemd volmaakt
Te passen in het plan van 't Al

woensdag 2 februari 2011

Twitter

In de middeleeuwen van het web
Waren we meestal aan het jagen
We flirtten via irc, mirc en icq
Termen uit vervlogen dagen

De wereld is nu een dorpsplein
Ga maar zitten, ieder komt voorbij
Je babbelt hier en zeurt daar wat
Sommigen narrig, anderen blij

Vage bekenden noemen zich vrienden
Alsof ze in een twitterwereld leven
Ken ze niet echt maar mag ze wel
Ik noem ze vrienden voor het even